" Je leest er veel over en er komt nu zelfs een risicolijst. Ik lees vaker dat een "vechthond" iemand aanvalt, enz.
Maar in mijn korte leventje ben ik slechts 1 "vechthond" tegengekomen die slecht met andere honden kon.
Hebben jullie veel slechte ervaringen met deze honden? Hoe komen ze anders aan hun naam? "
Nee, slecht zijn ze niet per definitie met andere honden, ik denk wel iets vaker dan andere rassen al kan je de kleintjes ook niet uitvlakken.
Het punt is iets anders. Als mijn hond uitvalt heeft de andere hond een natte vlek in de vacht. Bij veel honden is er als zij uitvallen sprake van een schram of wondjes. Bij HR honden is de schade bijna altijd veel groter, tot de dood aan toe zelfs. Overigens verbaast het mij dat Herdershonden zoals de Mechelaar niet op die lijst staan.
De benaming HR gaat niet over het aantal bijtincidenten of hoe vaak deze honden niet met andere honden kunnen. Het gaat over de ernst van de gevolgen van de bijtwonden áls zij bijten.
De hondenbescherming definieert het als volgt:
Wat maakt een hond tot het type hoog-risico?
Een hoog-risico hond is een hond die bij bijten in staat is tot het toebrengen van bovenmatig ernstige bijtschade (dood tot gevolg, het verlies van spier en/of orgaanweefsel, functieverlies):
- Fysieke verschijning:
De combinatie van gewicht, bouw (kaakgrootte, spierkracht, mogelijkheid tot gelijktijdig vastgebeten zijn en blijven ademen, weinig gripmogelijkheid op de hond door gebetene/omstanders) zodanig dat krachtig bijten alsmede vasthouden mogelijk is van relatief groot oppervlak bij gebetene.
- Bijtstijl:
De stijl van bijten is zodanig dat bij het bijten herhaald wordt gebeten zonder pauzes (anders dan die tijd die het vraagt om herhaald de gebetene te bereiken met een beet – bijvoorbeeld bij tussentijdse vluchtpoging van de gebetene) en/of langdurig wordt vastgehouden (al dan niet met herpakken/schuiven om een betere grip te krijgen op de gebetene en/of bij bijten in keelgebied dit voortgaand dicht te drukken), al dan niet in combinatie met dichtdrukken van het gebied en/of toepassen van schudden/scheuren. Beten zijn vaak gericht op kwetsbare gebieden als keel- en liesgebied, hoofd (snuit) en/of eventueel voorpoten.
- Bijtintensiteit:
Focus op de gebetene en het bijten is intens (hond is slecht te interrumperen, los te krijgen van gebetene en/of focus blijft op gebetene en/of andere mogelijke te bijten mensen/dieren). Hond toont voorafgaand aan het bijten opwinding en/of stille focus op de gebetene.
- Erfelijke basis:
De genetische basis van de hond kenmerkt zich door selectie van mens op vechteigenschappen richting mens en/of dier. Deze genetische basis kan vermengd zijn met eigenschappen van andere rassen/typen zoals snelheid van windhondachtigen en/of felheid van terriërachtigen.
Voorafgaand aan het bijten kunnen minder waarschuwingssignalen of minder opbouw van waarschuwingssignalen (agressieladder) getoond zijn, waardoor het vermijden van het bijtmoment moeilijker is.
Omdat de genetische selectie van honden van ‘van oorsprong vechttype’ gericht was op het creëren van een hond die aanviel op aanblik van een ander dier (in de vechtring) kan agressie worden ingezet zonder een duidelijke prikkel of interactie tussen bijtende en gebeten hond.
https://hondenbescherming.nl/nieuws/2017/02/25/wat-definieert-een-hoog-risico-hond/